Aangepast zoeken

Janjanbureh camp

Woensdag 11 oktober

Ook vandaag weer een zonnige dag. Ik ga met R. & D. en met B. & P. en natuurlijk Alex op stap voor een 2-daagse excursie naar Georgetown. We zullen overnachten in Janjanburehcamp. Ik had dit vorig jaar ook al gedaan en aangezien ik nu niet naar Senegal kon wilde ik dit nog wel eens doen. Ook de anderen leek het een leuke excursie. We gaan eerst weer naar de ferry. Daar zien we een kist liggen. Ik vraag me af of het een doodskist is en of er iemand in ligt. Dit wordt door Alex bevestigd. Als hier iemand overlijdt moet diegene binnen 24 uur in zijn geboortedorp begraven worden. Aan boord weet een schoenmaker de schoenen van D. te pakken te krijgen om ze te maken. Dit gaat vliegensvlug, want hij moet van boord voordat de ferry vertrekt. Bij mij probeert iemand mijn slippers van mijn voeten te krijgen om schoon te maken, ik geef aan dat ik dit niet wil, maar hij gaat door waarna ik he wegduw. Dat begreep hij blijkbaar wel.

Aan de overkant wacht ons een lange trip naar Janjanbureh. De weg is wel een stuk verbeterd vergeleken met vorig jaar, het gaat dus een stuk sneller. In Farafenni kopen we wat drinken, brood en bananen. Halverwege de middag komen we aan in het camp. De hutten worden verdeeld. Het is een heel andere hut dan ik vorig jaar had, dat is wel erg leuk. Er is hier geen stroom (behalve als de generator aan is voor het eten) dus elke hut krijgt een lantaarn. De bananen hebben we even neergelegd op de bar, maar de apen weten ze snel te vinden en gaan er met de bananen vandoor.

Na een lunch kan een ieder even iets voor zichzelf doen. Ik ga eerst even lezen aan de oever van de rivier en daarna even op bed liggen. Het is erg warm.

Aan het eind van de middag gaan we met de veerboot naar Georgetown. Hier kunnen we even rondlopen. We kopen een paar voetballen: 2 voor teams op het eiland en 1 voor een team op het vasteland. Alle jongens zijn erg blij. Na een korte wandeling worden we met een bootje overgezet, aangezien de veerboot nog even wacht met varen (toch ergens een dienstregeling?). Weer aan de overkant kopen we alle pinda's (voor de apen) van een meisje en een kop koffie voor Alex, het was immers alweer 19.00 uur. Intussen is het al donker en het kamp is voorzien van kaarsen en lantaarns, een erg apart gezicht is dat. Het diner is bijna klaar, dus nemen we wat te drinken.

Na het eten komt er een groepje van het eiland om muziek te maken en te dansen. De danser had een oranje voetbalfluitje wat hij erg geweldig vond en steeds op blies. Ik vond het wat minder geweldig. Hierna een frisse douche en tijd om naar bed te gaan. Omdat er geen stroom is, is er ook geen airco of ventilator. Gelukkig ligt er een waaier op bed wat nog enige verkoeling geeft. Het is hier een stuk warmer dan aan de kust.



Donderdag 12 oktober

Vandaag is het wat bewolkt. Na het ontbijt gaan we mee met een groep Duitsers en hun gids.

We gaan eerst met de boot naar Georgetown, waar we de markt bezoeken en het één en ander te horen krijgen over de slavernij en een slavenhuis bezoeken. Omdat er instortingsgevaar was zijn ze het nu aan het opknappen. Tijdens de rondwandeling lopen er allemaal verkopers achter ons aan: de één met sieraden, de ander met waaiers. Ik koop een waaier waar ik nog veel plezier van heb. Hij vraagt hier 25 dalasi (ongeveer €0.65) voor, daar ga ik niet eens voor afdingen. Hij is dolgelukkig met ons. Na de warme rondwandeling gaan we met een boot de rivier af.

We gaan eerst boven zitten/liggen totdat de zon door de bewolking komt en het te heet wordt. Dan maar weer naar beneden, waar het lastig is om echt comfortabel te zitten. We krijgen een lunch en daarna gaan we weer boven op het dek waar het zonnetje ondertussen alweer weg is. We zien een paar nijlpaarden in de verte en mensen in het water een bad nemen of de kleding wassen.

 Na een tocht van 4 uur komen we aan in Kantaur, waar Alex ons opwacht. We willen nog wat snoepjes uitdelen, maar dit eindigt in een vechtpartij terwijl we echt wel voor iedereen een snoepje hebben. We gaan in de auto en rijden weg. Het was nog de bedoeling om naar de steencirkels te gaan, maar hadden daar nu geen zin meer in (dat is het voordeel van een eigen gids, als je iets niet of juist wel wil kan het programma aangepast worden). Moe rijden we terug naar de ferry. Daar konden we de benen strekken. Overal lopen kinderen en vrouwen met eten te koop: fruit, pinda's ed. Een jongen biedt aan om drinken te halen waar de dankbaar gebruik van maken. In Gambia gooit men het afval op straat, maar daar hebben we toch moeite mee. Terwijl we onze lege blijkjes vasthouden komt er iemand om te vragen of hij ze weg zal gooien. Hij gooit ze vervolgens over de muur... We zien hoe een bootje gelost wordt van zakken: er lopen mannen in het water tussen het bootje en de kade met de zakken op hun hoofd.

Als de ferry aankomt zien we een vrouw met een grote lekkende rijstzak van boord komen die meteen opengaat. Nieuwsgierig gaan we kijken wat het is. Aangezien er in Barra weinig tot geen stroom is, is er ook geen ijs. Deze vrouw had allemaal zakjes ijs (water) in de rijstzak zitten die ze verkocht in Barra. De zak was binnen enkele minuten leeg en de vrouw kon weer met de ferry terug naar Banjul. Geweldig plan, zo'n handeltje opzetten. Op de ferry staat ook een busje met bovenop een geitje vastgebonden. Dat is normaal hier.

Als we met de ferry bij Banjul komen gaat de andere ferry net weg om vervolgens weer terug te gaan. Er moet een auto van de ferry af omdat er een ambulance met zwaailichten aan op moet. Deze gaat naar Barra. De overtocht duurt 45-60 minuten, dus het is de vraag of hij op tijd zal zijn.

Moe maar voldaan bereiken we eindelijk het hotel. We eten bij African Queen. Ze hebben daar heerlijke schotels (sisslers) die inderdaad nog sissen als ze worden binnengebracht. Dit onthouden we.

 Eten bij Lamin