Markt Serrekunda
Woensdag 4 oktober
Eigenlijk wilde ik ook vandaag rustig aan doen, maar aangezien het bewolkt is, is de temperatuur heel wat aangenamer dan de dag ervoor. Eigenlijk zonde om dan niet een klein uitstapje te maken. Tijdens het ontbijt een kleine stortbui, maar binnen 10 minuten is het weer droog. Buiten het hotel is de straat veranderd in een modderpoel. Sommige Gambianen hebben een trui aan en als ik vraag of ze het koud hebben bevestigen ze dit. Ik geniet ervan op straat te lopen en alle vragen die gesteld worden. Ja, dit is Gambia weer.
De reisleider heeft gister uitgelegd waar de bushtaxi naar Serrekunda rijdt, hoe je die herkent en dat de eindhalte bij de markt is. Ik besluit dit maar eens te proberen. De bushtaxi is het openbare vervoer voor de Gambianen zelf: een personenbusje waar 12-15 personen inclusief hun bagage in en op kunnen. Het kan gebeuren dat deze bagage ook bestaat uit kippen en geiten (gaan ook wel eens op het dak), dat was nu niet het geval. Deze rit van ongeveer een half uurtje kost me 5 dalasi, ongeveer €0,13. Dat is nog wel een hele onderneming. In Nederland zijn er bushaltes, een dienstregeling, een plattegrond en een duidelijk herkenbare bus waarop duidelijk staat waar die heen gaat. In Gambia kan je dat allemaal vergeten. Gelukkig wist ik wel op welke weg de bushtaxi rijdt. Ik moest opletten op een personenbusje met geel nummerbord, dat zijn de bushtaxi’s. Als je mee wilt steek je je hand op (er zijn geen vaste stopplaatsen, dus gewoon je hand opsteken waar je op dat moment staat), vraagt aan de jongen bij de schuifdeur of deze taxi naar Serrekunda gaat en stapt in. Ik had nu een plekje voorin, dat is mazzel. Halverwege vraagt de jongen bij de schuifdeur om je geld. Het beste is dit gepast te geven, aangezien er niet altijd wisselgeld is. Ik kon voorin goed om me heen kijken en herkende wat plekjes van vorig jaar.
Op een gegeven moment stopt het busje in een smal, modderig straatje. Dit is het eindpunt. Het busje wacht achter alle andere busjes tot hij weer vooraan staat en aan de terugweg kan beginnen. Ik stap uit, maar zie geen markt. Het is hier best wel weer warm. Ik mis de zeewind en de zon komt door het wolkendek heen. Ik besluit achter de meute aan te lopen in de hoop bij de markt uit te komen. Dit is inderdaad het geval. Ook de markt is niet te vergelijken met die in Nederland. Vooral de markt van Serrekunda is (in elk geval voor mij) één grote weerwar van “kraampjes”, zeer smalle steegjes ed. Soms moet je een winkeltje in om bij een steegje uit te komen. Ik oriënteer me eerst goed waar ik nu sta, zodat ik weet dat dit de weg naar de bushtaxi is. Ik sta op een hoek met een gebouwtje met erachter een enorme boom. Dit is een goed herkenningspunt. Ik besluit op de markt eerst 3x rechtsaf te gaan (de bredere paden dan) in de hoop weer hier uit te komen. Dan betreed ik de markt. Ook dit is puur genieten. Alle geuren, al het eten, vlees, groente, mensen, dit is weer Gambia. Weer kijk in mijn ogen uit en ontdek steeds weer andere (in mijn ogen) vreemde dingen: tomatenpuree of pindasaus wat in hele kleine zakjes wordt verdeeld om te verkopen, in stukken gesneden pompoenen onder de vliegen, rauwe kippenpoten in de zon onder de vliegen en vervolgens een kraam met sportschoenen en petjes.
De vorige keer had ik in Gambia zakjes met poeder om limonade te maken in de smaak ananas/cocos en deze wil ik graag weer hebben. Nadat ik mijn eerste rondje heb gehad loop ik weer de markt op, dit maal 3x links, op zoek naar de limonadepoeder. Ik kan alleen maar de smaak ananas vinden en de prijzen vliegen omhoog als ik ernaar vraag. Al snel is het bekend dat er op de markt een toubab (blanke) is die limonadepoeder zoekt en van alle kanten komen er verkopers (vaak nog jonge jongens) op me af. Ook komt er een man op me af, hij heet Lamin, hoe kan het ook anders (Lamin is een veel voorkomende naam in Gambia, net als Jan, Piet, Jeroen in Nederland). Hij weet waar ik het kan kopen en loodst me door de smalle steegjes door de markt. Uiteindelijk komen we bij een winkeltje uit. Gelukkig zie ik ook de boom die ik als oriëntatiepunt had. Ik weet dus waar ik ben. In het winkeltje hebben ze niet de smaak ananas/cocos, dus neem ik alleen ananas en koop daar een heel pakje van. De verkoper vraagt of ik ook sigaretten wil. Ik zeg dat ik niet rook. Volgens de verkoper moet ik wel gaan roken want dan val je af (maar of dat een gezonde manier is...).
Stomverbaasd kom ik weer op straat en loop naar de taxi. Lamin staat erop me naar de bushtaxi te brengen, ook al geef ik aan te weten waar ik moet zijn. Hij geeft me zijn naam en telefoonnummer voor als ik nog een keer op de markt ben. Ik bedank hem en stap in de bushtaxi naar Senegambia. Nu zit ik achterin en de taxi is vol. We zitten tegen elkaar aan gedrukt en het is warm, dus dat betekent zweten.
Terug eerst een lunch genomen bij African Queen en daarna mijn zwemspullen bijelkaar gezocht om naar het strand te gaan. Helaas is de stroming te sterk om te gaan zwemmen (de rest van de vakantie kom ik dan ook niet meer op dit strand). Ik ga wat lezen onder de parasol. Bij het fruitvrouwtje koop ik wat pinda's en sinaasappelen. Deze schilt ze voor me zodat ik het meteen kan opeten. De sinaasappel is een beetje zuur, maar goed, ik heb weer wat vitamines binnen. Ondanks de bewolking en dat ik onder de parasol lig, verbrand ik toch een beetje. HHet is verbazingwekkend wat hier allemaal op het strand komt: fietsen, motors, auto's; het strand wordt als een weg gebruikt. Ook op het strand lopen verkopers met van alles en nog wat: zonnebrillen, riemen, schilderijen en zelfs vogelhuisjes van riet/gras. Er is bewaking van het hotel aanwezig die ervoor zorgt dat je niet de hele tijd wordt lastig gevallen en je ook nog rustig kan liggen.
's Avonds eet ik met R. & D. bij Ali Baba. Er zou ook een meeting zijn van het prikbord van de gambiapagina van internet. Helaas zie ik geen bekenden. Enkele dagen later lees ik op het internet dat J. niet met haar vlucht mee kon en pas een week later in Gambia zal arriveren.
In het hotel is een afrikaanse show. Stukken beter dan het optreden van gister.