Aangepast zoeken

Roots

Zaterdag 7 oktober

Vanmorgen is het wat bewolkt en ik ga eens een internatcafé opzoeken om het thuisfront gerust te stellen dat hier nog steeds alles goed gaat. Vervolgens wat boodschapjes doen en de rest van de dag breng ik met een boek bij het zwembad door, waar ook R. & D. en B. & P. zijn. Allemaal even een rustdag tussen de uitstapjes door. Nu hebben we ook eens de gelegenheid om te kijken hoe de gieren gevoerd worden. Dat gebeurt hier elke ochtend om 11.30 uur. Een paar uur van te voren zie je ze al rondcirkelen en een plaatsje opzoeken in de palmbomen. Een erg apart gezicht. Later horen we dat de gieren bij bewolkt weer niet komen. Erg raar, dan hebben ze toch ook honger? 's Avonds met z'n allen lekker eten en op tijd naar bed omdat er morgen weer een drukke dag op het programma staat.



Zondag 8 oktober

Vandaag erg zonnig en dus erg warm. We (R. & D., B. & P. en ik) gaan met “onze” chauffeur Alex naar de Roots. De Roots is het verhaal van Kunta Kinteh, een Gambiaanse jongen die door de slavendrijvers gevangen is en naar Amerika is getransporteerd. Langs de Gambia-rivier zijn nog diverse slavenhuizen waar de slaven verzameld werden om vervolgens met boot naar onder meer Amerika te gaan. Kunta Kinteh is geboren in Juffureh en daar staat dan ook een monument ter nagedachtenis aan de slavernij die nooit terug moet komen. Dit verhaal is door een nakomeling van Kunta Kinteh (Alex Halley) beschreven in het boek “The Roots” en later ook verfilmd, erg indrukwekkend.

We beginnen de dag met een tochtje met de ferry van Banjul naar Barra. Afhankelijk van welke boot je hebt duurt de overtocht 45-60 minuten. Op de weg naar de ferry staat een enorme rij vrachtwagens. Dit is één van de weinige plaatsen waar een ferry vaart waar vrachtwagens op kunnen. De wachttijd is ongeveer een week.... Er is zoveel te zien dat we het niet erg vinden de eerste boot te missen. Een paar chinezen proberen met ons aan te pappen om mee te rijden, maar helaas zit de auto al vol. Ze zouden fotograaf zijn van één of ander blad en nemen foto's van P., tot ze horen dat zij getrouwd is met B. Het is een raar maar komisch stel wat nog leuker wordt doordat ze de letter R niet uitspreken en probeer dan maar je lachen in te houden als ze “rich lady” of “ferry” zeggen. Luid toeterend komt er een vrachtwagen van de ferry afstormen, de remmen doen het niet, terwijl een andere vrachtwagen de ferry niet op komt en steeds wegslipt. In Nederland is het niet denkbaar dat deze auto's nog rondrijden, hier in Gambia wel. De voetgangers rennen de ferry af met alles op hun hoofd, zelfs koffers waar wieltjes onder zitten. Vis die de hele overtocht al in de zon heeft gelegen en vee, bij de ferry zie je alles. Nadat de eerste ferry volgeladen vertrekt (maximaal gewicht kennen ze hier niet, vol=vol) komt onze ferry uit de haven. Deze is dus al leeg en we zijn er snel op. Ik heb toch te veel in de zon gestaan en heb nu eerst behoefte aan een zitplaats en drinken. We denken een plekje vooraan de ferry te hebben gevonden, maar de ferry draait om, dus zitten we achter in de luwte. Dan maar weer naar voren. Op de ferry komen verkopers met koopwaar langs. Echt van alles en nog wat: zonnebril, portomenee, koek, kaarsen, badlakens, hoeden en petten, zaklampen, radiootjes, Teletubbie-speelgoed enzovoort. Het is een levendige bedoeling. Een blinde man loopt bedelend rond. Onderweg zien we dolfijnen in de rivier. Na een indrukwekkende overtocht gaan we er in Barra weer af. De meeste rennen van de boot af. Wij zitten ondertussen in de auto en gaan op weg naar Juffureh.

Eenmaal buiten de poort van de ferry zien we een heel andere kant van het land. Wat een verschil met Banjul. Het ziet er allemaal veel armoediger uit. Dit is het echte Gambia en niet het toeristengebied. We rijden langs winkeltjes, de brandweerkazerne, een benzinepomp, een “dumpplaats” voor auto's (auto's die het echt niet meer doen worden het water in gereden. Bij laag water zie je de auto's.) Onderweg delen we wat snoepjes uit aan kinderen, maar daar stoppen we later mee. Wat begint met 4 kinderen eindigt in een vechtpartij met tientallen kinderen. We komen langs rijstvelden en moeten over een slechte zandweg verder. Met alle kuilen en plassen voor ons al lastig, maar voor verkeerd beladen vrachtwagens helemaal. Alex laat de bushtaxi's voor gaan, want die hebben meestal niet zulke goede remmen en je moet er niet aan denken dat er eentje achterop rijdt.

Na een hobbelige maar mooie rit komen we aan in Juffureh. Als we wat te drinken halen zien we die Chinezen weer, die erg enthousiast zijn ons te zien (wij zijn wat minder enthousiast). Na een koel drankje eerst het museum bezocht. Doordat ik de film “The Roots” al had gezien, zag ik nu veel herkenbare dingen. Na het museum weer in de auto om als eerst de familie (de 7e generatie) van Kunta Kinteh op te zoeken. Onderweg komen we P. & L. en P. & R. tegen die deze excursie via de reisorganisatie hebben geboekt. Maar zij zijn niet naar San Dominqo geweest omdat dat te ver is om te lopen. Ook hier wordt weer uitgelegd over de slavenhandel. Daarna rijden we door naar San Dominqo, een bewaarplaats voor de slaven waar ze week werden gemaakt voor ze aan de overtocht naar James Island begonnen. Zo was er minder kans dat ze probeerden te ontsnappen. Er is een ruïne van overgebleven met daarnaast een grote olifantsboom. Als deze boom eens kon praten.... We gaan naar een restaurantje om wat te drinken en onze bestelling voor de lunch op te geven. De lunch is dan klaar als we van James Island terugkomen.

Met een bootje gaan we naar James Island. De chinezen willen graag met onze boot mee, maar helaas voor hun gaan zij met een andere boot. Met een djembeespeler aan boord varen we naar het eiland. Het is ondertussen flink warm geworden en je voet in het water houden geeft een heerlijke verkoeling. Na een half uurtje varen in de brandende zon komen we bij het eiland aan. Door het stijgende water is het eiland al heel wat kleiner dan het destijds was. Het is nu in handen van Unesco die het eiland wil beschermen tegen het water.

Het is een indrukwekkend stukje land. Er staan ruïnes van slavenhuizen, er is een plaats waar de slaven hun brandmerk kregen en op alle vier de hoeken staan kanonnen, dit voor de familie die de gevangen genomen slaven willen bevrijden. Er is een kans voor de slaven om zichzelf te bevrijden. Dan moeten ze het stuk (ruim 2,5 km) zwemmen wat wij met de boot hebben afgelegd en een paal aanraken. Dit is nooit te doen, vooral omdat ze erg zwak waren. Psychische marteling heet dit...

Na de rondleiding weer in het bootje. De djembeespeler wil dat wij meezingen, maar we hebben wat last van de warmte en moeten in de brandende zon terugvaren. Weer aan land is onze lunch klaar en hierna vertrekken we weer met de auto richting de ferry. Onderweg stoppen we bij het geboortedorp van Alex, waar hij nog familie heeft wonen. We mogen het huisje van zijn oom fotograveren en willen schriften en pennen uitdelen. De kinderen staan netjes in de rij en ik wil de rij langslopen om een ieder te voorzien van een pen en schrift. Op dat moment breekt de chaos uit. Iedereen rent uit de rij op ons af en trekt en duwt tegen ons aan. De pennen en schriften worden uit onze handen getrokken en ook de moeders bemoeien zich ermee: ze sturen de kinderen weg om dan vervolgens zelf pennen en schriften te pakken. Wat we nog over hebben geven we aan Alex, die overhandigt het binnen aan iemand die de rest zal uitdelen. Ook dit was weer een ervaring. Het behoort dan tot de overlevingsdrang, maar is niet leuk. Ook niet voor ons om uit te delen. Eindelijk weer in de auto (met airco!) op weg naar de ferry.


Bij de ferry is het bijna 19.00 uur, dan mag Alex weer eten en drinken (het is Ramadam). Als we om 19.00 uur bij de auto komen heeft hij zelf al fruit gekocht. Wij kopen nog wat cola voor hem, meer zegt hij niet nodig te hebben. We komen nog een jongetje tegen met een t-shirt aan van een nederlands bedrijf wat B. kent, dus hup, op de foto. Op de boot gaan ook geiten mee, waarvan er één er behoorlijk ziek uitziet: losse hoorn, te lange hoeven, ontstoken ogen en slijm uit zijn neus.

Bij terugkomst helaas geen duik meer in het zwembad, dus dan maar meteen eten bij Ali Baba. Vervolgens moe en warm naar een frisse douche.

Een toeristisch uitstapje